Verborgen wijsheden

door | 25 augustus 2026 | Actueel

Wim Wattel verdiept zich in de minder bekende verhalen uit de deuterocanonieke boeken en verwondert zich over wat hij daarin leest.

Het geval wil dat afgelopen winter in onze Koorkerk twee keer kort achter elkaar gepreekt werd over Susanna. Het verhaal was me bekend, maar de herkomst (Daniël) kwam me vreemd voor. Hoe zit dat? De herkomst blijkt één van de apocriefe boeken te zijn, namelijk hoofdstuk B uit de Toevoegingen aan Daniël, zoals dit in de NBV-uitgave met deuterocanonieke boeken (2004) genoemd wordt. Evenmin als in de Hebreeuwse Tenach kwamen die boeken in onze officiële Protestantse Bijbel voor, maar wel in de Katholieke en zodoende ook in deze gezamenlijke uitgave van NBG (Nederlands Bijbelgenootschap) en KBS (Katholieke Bijbelstichting). Uit de inleiding ervan citeer ik dat ‘deze boeken deels Griekse vertalingen van Hebreeuwse of Aramese boeken, deels oorspronkelijk in het Grieks geschreven boeken zijn, tussen de 3e en de 1e eeuw voor Chr. ontstaan binnen het antieke jodendom. In de RK traditie worden ze deuterocanoniek genoemd, d.w.z. ‘in tweede instantie aan de canon toegevoegd’, in de Protestantse traditie apocrief, ‘verborgen’, d.w.z. dat ze niet als gezaghebbend werden beschouwd’ (wat dat laatste ook moge betekenen…).

Het betreft een nogal bonte verzameling boeken, die kennelijk in de Grieks-georiënteerde periode van deze laatste eeuwen voor onze jaartelling geschreven zijn en een voor die tijd nieuwe theologische terugblik gaven op de Hebreeuwse geschiedenis tot en met de Babylonische ballingschap. Uit dezelfde periode stammen de boeken Daniël (canoniek) en de twaalf profeten Hosea t/m Maleachi. Samen vormen ze dus een soort ‘tussentestament’ over de ontwikkeling van het Joodse geloof in die periode. En blijkbaar bestonden er meningsverschillen over de ‘gezaghebbendheid’ van die twee groepen boeken en de keuze om sommige tot het ‘Woord van God’ te rekenen en andere niet.

Susanna

Het verhaal van Susanna in het kort: Twee oudsten uit de Hebreeuwse gevestigde orde, die als rechters zitting hielden in het huis van ene Jojakim komen elkaar tegen bij een middagpauzewandeling in de tuin, waar ze Jojakims vrouw Susanna begluren, die daar in de vijver een bad neemt. Kennelijk kunnen ze hun bijbedoelingen daarbij niet voor elkaar verborgen houden en ze zetten Susanna voor het blok. Zij gaat niet op hun avances in, maar slaat alarm en wordt door de bedienden uit het huis gehoord. De betrapte oude snoepers verzinnen een smoes. Ter verantwoording geroepen getuigen ze beide dat Susanna het met een aantrekkelijke jongeman had aangelegd en zij werd ter dood veroordeeld. Maar de jonge Daniël, bij de rechtszitting aanwezig, laat dat niet over zijn kant gaan. Hij stelt beiden los van elkaar de vraag onder welke boom ze dit hebben zien gebeuren. Hun antwoorden kloppen niet met elkaar en zo worden ze ontmaskerd en tenslotte zelf ter dood gebracht.

Renaissancekunst

Nogmaals, het verhaal van Susanna, dat sterk doet denken aan Salomo’s wijze rechtspraak, is dus weggelaten uit de Daniëlversie die we vanouds binnen het calvinisme kennen. Te pikant…? Blijkens heel wat voorbeelden blijkt dat het een dankbaar onderwerp was in de renaissancekunst: een legitiem excuus om mooie vrouwen te schilderen. Iets dergelijks doet zich voor bij het verhaal uit het boek Judit, bij ons protestanten al even onbekend en eveneens een dankbaar onderwerp om te schilderen. Tijdens een nachtelijke pauze in de gevechten van Israël met de Assyriërs onthoofdt de Joodse vrouw Judit, met een veelbelovend verhaal binnengelaten in diens tent, legerleider Holofernes met zijn eigen zwaard. Dat verhaal doet denken aan dat van Jaël uit Rechters 4:17-22, die onder vergelijkbare omstandigheden eenzelfde moord pleegt. Het lijkt me trouwens heel goed mogelijk dat het gaat om verschillende versies van één verhaal, dat mogelijk al lang de ronde deed bij mondelinge overlevering. Een verhaal over heldhaftige verdediging van het Hebreeuwse erfgoed tegen een vreemde overmacht, een cruciale rol van vrouwen daarin en natuurlijk tot meerdere eer en glorie van de God die Zijn volk op deze manier de overwinning in de schoot werpt…

Religie en theologie

Ook van het boek Ester bestaat in de deuterocanonieke boeken een tweede, vergelijkbare versie, in dit geval aangevuld met religieuze duidingen en verwijzingen naar de God van Israël (die in de ons bekende versie nagenoeg ontbreken). Het lijkt me duidelijk dat de zogenaamde apocriefe boeken een belangrijke rol speelden in de godsdienstige opvoeding van het Joodse volk in de Griekse tijd. In dit verband kun je het boek Wijsheid lezen als een korte samenvatting van de voorgeschiedenis uit de Thora, onder andere met verwijzingen naar de plagen en de redding van het Joodse volk uit Egypte. De gewone oudtestamentische boeken die we al langer kenden hadden natuurlijk dezelfde functie. Ze beschrijven geen objectieve historie, zoals ons in de loop van de tijden duidelijk is geworden, maar geven een goddelijke autoriteit aan de fundamenten van de Joodse cultuur. In tegenstelling tot de oosterse verhalencultuur heeft die religieuze duiding in het Westen de zwaarte van absolute Waarheid (‘Woord van God’) gekregen, met alle bekende gevolgen van dien.

Jezus Sirach

Als disclaimer bij dit artikel haal ik graag het volgende aan, uit het woord vooraf uit het eveneens apocriefe boek Wijsheid van Jezus Sirach:

‘U wordt uitgenodigd dit geschrift met welwillende aandacht te lezen en er begrip voor te hebben als er passages zijn waarvan blijkt dat wij ze niet goed hebben weergegeven, ondanks de toewijding waarmee wij [de vertaling] hebben gemaakt. Want wanneer men uit het Hebreeuws vertaalt, kan de betekenis van het origineel niet volledig recht worden gedaan. Er is een niet gering verschil tussen de vertaling en het oorspronkelijke werk, niet alleen bij dit werk, maar ook bij de Wet zelf, de Profeten en andere geschriften.’

Helaas zijn andere deuterocanonieke boeken (Tobit, Makkabeeën) dermate rechtlijnig en absolutistisch geformuleerd dat ze voor ons maar moeilijk leesbaar zijn, maar ik kan u niettemin aanraden eens een kijkje te nemen in deze interessante literatuur.

Laten we tenslotte ook nog even de andere kant op kijken: ook in het heden hebben we te maken met allerlei verhalen, hetzij mondeling, schriftelijk, gedrukt of digitaal. Welke nemen we aan als gezaghebbend, of laten we zeggen: neocanoniek, als Hedendaags Testament van een christelijk geloof anno 2026?

Wim Wattel
Is celbioloog en was als docent en directielid werkzaam in het Voortgezet Onderwijs

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Abonneer u op de

NIEUWSBRIEF

Contact

Vereniging van Vrijzinnige Protestanten
Joseph Haydnlaan 2a
3533 AE Utrecht
06 4986 1664
info@vrijzinnig.nl

Meer contactgegevens >>