We leven in een tijd waarin wijsheid uit alle tradities binnen handbereik lijkt: van antieke mysteriën en gnostische geschriften tot zen, advaita vedanta en kaballa. Maar hoe vind iemand richting in deze overvloed?
Om die reden schreef André van der Braak het boek ‘Gnosis Oost en West’. Een soort inleiding op de vele gnostische stromingen uit verschillende hoeken van de wereld. Van der Braak is hoogleraar Comperatieve filosofie van de religie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Gnosis kan omschreven worden als een mystieke wijsheidstraditie, waarbij de zoektocht naar de waarheid belangrijker is dan kennis ervan. Het gaat om voelen en ervaren, minder om weten. Vanwege dit vrije karakter van de gnostiek is het – zeker in het Westen – vaak bestreden door de traditionele en meer orthodoxe geloofsstromingen. Het christendom kende bijvoorbeeld een bloeiende gnostieke stroming, maar deze werd eeuwenlang onderdrukt.
Nu is er een hernieuwde interesse voor de gnostiek die in verschillende religies voorkomt. In zijn boek schrijft Van der Braak over de oud-Griekse mysterietradities rondom Dionysus, de god van de wijn, maar ook over de christelijke gnostiek die leert dat er in ieder mens een goddelijke vonk te vinden is, en over Aziatische stromingen zoals het taoïsme en boeddhisme. Ook besteedt hij aandacht aan filosofen Spinoza en Nietzsche die met hun ideeën een eigen bijdrage leverden aan de gnostische traditie.
Voor Vrijzinnig.nl beantwoordde Van der Braak de volgende vragen:
Er is tegenwoordig steeds meer interesse in gnostiek. Waarom spreekt deze oude boodschap nog altijd zo aan?
De belangstelling voor gnostiek is groeiende omdat de behoefte aan zingeving onverminderd groot is. Juist in een tijd waarin oude vertrouwde antwoorden op de helling komen te staan, oude vanzelfsprekende autoriteiten zoals dominee, pastoor, vakbondsleider of politicus aan gezag inboeten, en de gevestigde religies hun overtuigingskracht verliezen, zoeken mensen naar zingeving op nieuwe manieren.
Vanaf de jaren zestig werd oosterse spiritualiteit populair. Dat leidde tot een hernieuwde aandacht voor zingevingsbronnen uit onze eigen westerse traditie, zoals bijvoorbeeld de gnostiek.
En is dat eigenlijk niet vreemd? Gnosis gaat niet om het vinden van vaststaande waarheden, maar om de zoektocht naar ervaringen. Past dat wel in onze tijd van ‘harde meningen’ en ‘zekerweters’?
Juist in onze tijd komen de vaststaande waarheden steeds meer onder druk te staan. Sommige mensen reageren daarop met een hernieuwd fundamentalisme. Zij zoeken de zin in de harde meningen en het zeker weten. Maar voor veel mensen biedt dat geen vervulling. Zij zoeken niet naar mening maar naar waarheid, niet naar hard weten maar naar bevrijdend weten. Het zoekende karakter van de verschillende vormen van gnosis past heel goed bij hen.
U heeft dit boek geschreven om een overzicht te bieden van wat er in het oosten en het westen aan gnostische traditie te vinden is. Wat hoopt u dat de lezer vervolgens met deze kennis doet?
Mijn boek biedt een soort staalkaart aan wegen naar gnosis door de eeuwen heen. Ik hoop dat dit overzicht voor de lezer een soort kompas biedt in de veelheid aan wegen die tegenwoordig beschikbaar zijn. Ik hoop dat het mensen inspireert om zelf een contemplatief pad naar gnosis in te slaan, een pad van beoefening. Het maakt mij niet uit welk pad dat is.
Wat betekent volgens u de populariteit van gnostische opvattingen in onze samenleving voor de kerk, en voor vrijzinnige kerken in het bijzonder?
De populariteit van gnostische opvattingen laat zien dat de orthodoxe en fundamentalistische kerken (hoewel aantrekkelijk voor een kleine minderheid) voor de grote meerderheid steeds meer aan relevantie verliezen. Wat mij betreft ligt hier een grote kans voor vrijzinnige kerken om mensen aan te spreken. Tegelijkertijd is het ook een uitdaging, omdat de vrijzinnige kerken nieuwe woorden en beelden moeten zien te vinden (en nieuwe rituelen en ceremonies) om een hedendaags publiek aan te spreken. De populariteit van gnosis laat zien dat het niet waar is dat steeds meer mensen ongelovig worden. Ze worden andersgelovig. Onze onderzoeksgroep op de Vrije Universiteit, Transformaties van religie, probeert hier onderzoek naar te doen.
Als wetenschapper bestudeert u de gnostiek. Maar hoe staat u zelf tegenover deze wijsheidstroming?
Ik ben zelf niet alleen als wetenschapper maar ook als beoefenaar betrokken bij verschillende paden naar gnosis. Als zenleraar onderricht ik boeddhistische meditatie. En ik ben oprichter van het Zencollectief Alles Omarmen, dat oude boeddhistische teksten probeert toegankelijk te maken voor een hedendaags publiek via de boekenreeks Alles Omarmen. En ook de christelijke mystiek heeft mijn bijzondere belangstelling.

