In de kerk worden bepaalde teksten al eeuwenlang op dezelfde manier uitgelegd. Maar soms is het leuk om er op een totaal andere manier naar te kijken, zo vindt Erik Jan Tillema.
In Openbaring, het laatste boek van de Bijbel, staat een uitspraak die de inspiratie is geweest voor veel afbeeldingen. In het eerste hoofdstuk, het achtste vers staat:
‘Ik ben de alfa en de omega,’ zegt God, de Heer, ‘Ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’
Wie nu een willekeurige kerk binnenloopt, zal in het interieur waarschijnlijk wel iets terug kunnen zien van die zin. Vaak wordt namelijk op de Paaskaars, of in een glas-in-loodraam of ergens anders in de kerk de alfa en omega afgebeeld. De eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet.
God is dus van A tot Z. Hieruit spreekt een krachtig godsbeeld. Want God is het begin én het einde. Kortom: God is alles, altijd en overal.
Zelf heb ik moeite met een veel te vastomlijnd godsbeeld dat over mij wordt uitgestort. Want voor mij is God veel kleiner, veel onduidelijker en kwetsbaarder. Ik heb niet zo veel met een almachtig opperwezen dat van begin tot eind alles is. In mijn ervaring met het heilige wil ik mij veel liever laten verwonderen.
Gelukkig past die bekende zin daar ook goed bij. Want God is de alfa en de omega. Alleen niet op de manier zoals het altijd wordt uitgelegd. Ik kijk liever naar de uitspraak van die Griekse letters. De alfa is onze letter ‘a’ en de omega is de ‘o’. Deze letters spreken wij vaak uit wanneer we ons verwonderen. Vanwege bijvoorbeeld een prachtig uitzicht, tijdens een bijzondere ervaring, een ontmoeting of op het moment dat we even het gevoel hebben dat we boven onszelf worden uitgetild. Dan zeggen we zacht: ‘ah!’ en ‘oh!’. Uitingen van ontzag en verwondering.
Met een God die in die woorden gevangen kan worden, heb ik veel meer. Kleine, nietszeggende klanken die zo veel meer betekenen.
Erik Jan Tillema
Voorganger van de protestantse gemeente Zijpe en de vrijzinnige Kapel in Hilversum

