Het is zomer! Maar heeft het mooie weer ook invloed op ons geloof? Kun je bijvoorbeeld spreken van zomers geloven (en dus ook winters geloven)? Nel Verburg vraagt zich af welk weertype het beste past bij de vrijzinnigheid.
Juni wordt de zomermaand of ook wel de rozenmaand genoemd. En ook al was het nog geen zomer, we hebben al heel wat warme dagen achter de rug. Mensen worden er aardiger en vrolijker van. Als de temperatuur maar eventjes oploopt, worden de zomerkleren opgezocht. Als het nog wat warmer wordt hebben strand en zee een grote aantrekkingskracht. Ik woon dichtbij Kijkduin en zag op die zomerse dagen in mei een lange stroom auto’s voorbijkruipen. Het vinden van een parkeerplaats was een grote uitdaging, wat niet altijd een positief effect op het humeur van de inzittenden had. Het werd er niet bepaald zonniger van. In Scheveningen en Kijkduin werden verkeersregelaars ingezet, straten afgezet en op een gegeven moment werd zelfs afgeraden naar de zee te gaan.
Zou het zomerse weer ook invloed hebben op onze geloofsbeleving? Is vrijzinnig geloven zonnig geloven? En op grond waarvan dan? Er klinkt toch zelden een uitbundig halleluja in onze samenkomsten, in de overdenkingen wordt de gebrokenheid van onze wereld vaak aan de orde gesteld, vergezeld van de oproep ‘te doen wat onze hand vindt om te doen’. Wij hebben geen god die alle problemen oplost, maar moeten alles zelf doen. En ‘wij’, dat is een steeds kleinere groep. Bij onze kerken zijn geen verkeersregelaars nodig, er is plaats genoeg voor iedereen. Nee, vrijzinnig geloven is geen zonnig geloven, vrijzinnig geloven is bewolkt geloven. Niet zomers, eerder winters.
Maar toch… Ook in de winter hoeft het niet alleen maar koud te zijn. Omdat er mensen zijn die geloven dat ze zelf warmte kunnen geven en ontvangen. Die een zonnetje in het huis van de kerk proberen te zijn. Een kerk is immers geen kerk op grond van het aantal parkeerplaatsen dat zij nodig heeft, of van het aantal halleluja’s dat er klinkt. Zij is kerk op grond van wat zij doet voor de mensen binnen en buiten haar muren. Als ze een plaats is waar de kachel aanstaat voor wie het koud hebben. Een kachel die we liefde kunnen noemen, inspiratie, rust, hoop, moed. God.
De winter is een belofte. De belofte dat het geen winter zal blijven, dat de lente komt, hoe ongeloofwaardig dat in december ook lijkt. Onder de grond begint iets nieuws, onzichtbaar, maar onmiskenbaar.
Vrijzinnig geloven is kringloop-geloven. Weten dat we het soms heel koud kunnen hebben, maar dat we onze jassen kunnen delen. Tot de zon weer doorbreekt. En de rozen weer bloeien.
Nel Verburg

