In 2025 is het 1700 jaar geleden dat de geloofsbelijdenis van Nicea werd opgesteld. Een tekst die belangrijk is geweest in de christelijke geschiedenis, maar ook erg oud en stellig klinkt. Hoe kijken vrijzinnigen naar deze tekst? Voorgangers Klaas Douwes en Erik Jan Tillema kijken in drie delen kritisch naar de tekst.
De geloofsbelijdenis van Nice begint als volgt:
Ik geloof in één God de almachtige Vader
Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is.
En in één Heer, Jezus Christus,
eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijden geboren uit de Vader.
God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.
Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader,
en door wie alles geschapen is.
Erik Jan:
De stelligheid van belijdenisgeschriften (en dus ook deze tekst van Nicea) roept bij mij altijd een soort weerzin op. Want is het allemaal wel zo duidelijk, zo zwart-wit?
De belijdenisgeschriften zijn eeuwenlang gebruikt om te bepalen wie goed gelooft en wie slecht gelooft. Dat vind ik nogal wat. Alsof het geloof blijkbaar zo simpel is dat we het kunnen samenvatten in enkele woorden. Het is toch veel complexer, veel mysterieuzer?
Als je de eerste zin van Nicea leest, zie je al dat de theologen er met een gestrekt been ingaan. Er is één God, en die is blijkbaar een almachtige Vader. In de volgende zinnen worden nog meer feiten opgesomd.
Wat betekent het voor mij als ik er anders over denk? Schepper van hemel en aarde? Daar durf ik mijn vraagtekens bij te zetten. Natuurlijk ook bij het veel te masculiene en mannelijke godsbeeld dat wordt neergezet. Ben ik een ‘slechte’ gelovige als ik dit niet allemaal kan onderstrepen?
Gelukkig laat ik mij niet zo makkelijk afschrikken. Ik weet dat er veel christenen zijn die de belijdenisgeschriften heel serieus nemen. Ik zie ze daarentegen vooral als een tijdsdocument; een poging van bepaalde mensen (altijd mannen) om op een zeker moment te vatten wat niet te vatten is. Leuk voor wie zich wil verdiepen in de kerkgeschiedenis, maar niet zo interessant voor iemand die zich wil laten verrassen door datgene dat boven ons uitstijgt.
Klaas:
Het is lastig om een belijdenis als die van Nicea los te zien van de historische context. Deze belijdenis is opgesteld tegen de achtergrond van een felle theologische strijd. Kort gezegd diende de geloofsbelijdenis van Nicea als stok om de stroming van het arianisme uit de kerk te jagen. De arianen geloofden dat Christus een schepping was van de Vader. Jezus was volgens hen wezenlijk anders dan God. Achteraf kan het allemaal wat muggenzifterig lijken, maar in die tijd was het voer voor verkettering en godsdienstoorlog. Zelf heb ik altijd een zwak gehad voor ketters. Het afwijken van de gevestigde orde en het moedig wars zijn van geijkte dogma’s spreekt me aan en is ook iets wat ik herken in de vrijzinnigheid.
Wat ik ook heel vrijzinnig vind, is dat je belijdenissen niet als tijdloze waarheden hoeft te zien. Zo’n belijdenis van Nicea resoneert anno nu helemaal niet meer met hoe ik mijn geloof ervaar. Dan kun je twee dingen doen: óf je probeert aan de aloude woorden als ‘Schepper’ en ‘almachtige Vader’ nieuwe betekenis te geven, óf je zoekt nieuwe geloofstaal die wél de lading van je geloof dekt. Ik neig zelf vaak naar het laatste, vooral omdat ik eraan hecht dat de manier waarop ik mijn geloof verwoord eigentijds is en dicht bij het alledaagse leven staat. Die vorm dekt voor mij de inhoud, want het goddelijke ervaar ik nu eenmaal vooral in het alledaagse. Ik merk dat ook wanneer ik deze beginregels van Nicea lees. Het gros gaat het ene oor in en meteen het andere oor weer uit, maar bij het ‘licht uit licht’ blijf ik hangen. Daar kan ik iets mee en ik zie meteen beelden voor me: een sterrenhemel, een zonsondergang, de maan. Dat zijn voor mij bij uitstek plekken waar je God uit God kunt vinden.

