‘Theöpoëtiek laat God spreken’

door | 3 september 2025 | Actueel

‘Ik vind het een spannende en uitdagende manier van kijken.’ Vrijzinnig hoogleraar Rick Benjamins wordt helemaal enthousiast als hij spreekt over theopoëtiek. Het is een vorm van spreken over het hogere waar hij zich meer in wil verdiepen en die nog best moeilijk onder woorden te brengen is.

Benjamins is sinds 2012 hoogleraar Vrijzinnige theologie namens de VVP aan de Protestantse Theologische Universiteit (PThU). Hij is actief betrokken bij de website liberaalchristendom.nl, bij de jaarlijkse Vrijzinnige Lezing en schreef in de afgelopen jaren verschillende boeken, waaronder ‘Boven is onder ons’ waarin hij beschrijft hoe we na de theologie van Kuitert (‘al het spreken over boven komt van beneden’) over God kunnen blijven spreken. Theopoëzie en theopoëtiek is daar behulpzaam bij. In dit interview vertelt hij waar hij zich verder in wil verdiepen.

Wat is poëtische theologie?
Dat is lastig. Helemaal omdat ik eigenlijk de voorkeur geef aan de term ‘theopoëtiek’. Wat het precies is, vind ik het meest duidelijk aan de hand van de titel van een boek van de Duitse cultuurfilosoof Peter Sloterdijk: ‘De hemel tot spreken brengen’.
Dat vind ik een mooie uitdrukking. Als wij over God of theologische zaken spreken, creëren we als het ware datgene dat boven ons uitstijgt.

In de theologie was het eeuwenlang andersom. Dan ging men er vanuit dat er iets buiten ons is. Een absolute God die op zichzelf bestaat en door zijn spreken zich laat kennen. Dat is een heel klassiek beeld. De theologie heeft vervolgens geprobeerd met de logica zo’n God in woorden en begrippen te vangen.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam de theopoëzie op, waarbij men met poëtische taal over God wilde spreken, vanuit de gedachte dat God verder reikt dan onze gewone taal. Maar dan veronderstel je nog altijd dat er een God buiten ons bestaat. Het is enkel een andere vorm – een andere manier van taal – om te spreken over een werkelijke God die buiten ons bestaat.
De theopoëtica gaat daarom nog een stap verder: niet langer poëtisch spreken over iets dat buiten ons bestaat, maar door ons spreken ruimte creëren voor datgene dat boven ons uitgaat. Dat vind ik het spannende eraan. Je zegt niet langer “er is een God en die heeft tot mij gesproken”. Het ligt ingewikkelder. Je ontkent niet dat er een God is, maar die bestaat alleen wanneer wij over God spreken.

Wanneer wij spreken over God, bestaat God. Kun je dat nog iets verder uitleggen?
Wij spelen een actieve rol in de vormgeving van het hogere. De woorden poëzie en poëtiek komen allebei van het Griekse poiesis. Dat betekent ‘maken/scheppen/doen/ambachtelijk creëren. Theopoëtiek moet je dus eigenlijk begrijpen als een soort theo-poiesis: God maken.
God of het hogere begint dus pas te bestaan wanneer wij het onder woorden brengen en bestaat niet los van de formulering. Het is een soort scheppend spreken. Dus niet vanuit de gedachte dat er zoiets als een God buiten ons bestaat. Het licht heel verfijnd: die God bestaat pas wanneer wij er poëtisch over spreken.
Daarmee wil ik niet zeggen dat ons spreken enkel projectie is; een fantasie. We zijn wel degelijk met iets echts bezig. Maar datgene heeft geen bestaan buiten ons spreken en onze betekenisgeving.
Om het wat ingewikkelder te formuleren: wanneer wij spreken over het hogere, maken wij het hogere, in zekere zin, en brengen het tot spreken, waardoor er iets anders dan alleen onszelf ter sprake komt.
Kuitert zei dat al het spreken over boven van beneden komt. Dat is een lastige uitspraak, want heeft spreken over boven dan nog wel zin? Ik denk dat de waarde erin zit dat wij in ons spreken van beneden iets van boven klinkend proberen te maken. Niet beschrijvend, maar scheppend, articulerend. Waarbij wij het hogere vorm en gestalte geven en het niet anders bestaat dan hoe wij het onder woorden brengen.

Dat is een groot verschil met de theologie. Van God centraal komt het menselijk spreken centraal te staan. Maar schuilt daarin niet een groot gevaar? Dat wij ons eigen spreken te belangrijk maken?
Dat kan inderdaad gevaarlijk zijn. Want met onze uitspraken kunnen we als het ware afgodsbeelden maken, of we creëren iets naar onze eigen wil en bedoeling. Wat verbeeld ik wanneer ik spreek over God? Wordt het een verlengstuk van mijn verlangens, of voeg ik iets toe?
De Amerikaanse theologe Catherine Keller heeft hier ook voor gewaarschuwd. Zij erkent het risico, maar vindt het theopoëtieke spreken te belangrijk om op te geven. Daarom roept ze op om kritisch te blijven. Zij zegt dat wanneer wij op een theopoëtieke manier over God spreken, wij God doen. Daar zit iets moois in. We spreken dan niet alleen over het hogere, we maken het mede mogelijk. Vanuit dat spreken gaat een plicht uit naar onszelf, om niet alleen maar leuke dingen te zeggen, maar ook om God in de praktijk te brengen, God te belichamen en tot handelen over te gaan.

Wat zijn jouw verdere plannen met de theopoëtiek?
Het is nog een wild veld waarin gemakkelijk onduidelijkheid kunnen ontstaan. De termen poëzie en poëtiek worden bijvoorbeeld vaak door elkaar gebruikt en verschillende posities kunnen makkelijk verschuiven. De Britse theologe Heather Walton heeft gezegd: ‘Theopoëtiek heeft geen essentie, geen grens en geen centrum’. Dat laat goed zien dat het nog een nieuwe manier van denken is waarin nog veel moet worden verkend.
Ik wil bijvoorbeeld uitzoeken hoe de thoepoëtiek zich verhoudt tot de theologie. Theologie kun je volgens mij namelijk niet zomaar wegschuiven als je aan theopoëtiek doet. Er zijn sommige theopoëtieken die dat wel doen, maar ik denk dat de twee niet zonder elkaar kunnen. Poëtiek is verbeeldend spreken – iets construeren, maken – maar logisch denken kun je misschien niet uitschakelen. Ik wil dus én de theologie behouden en meegaan in de nieuwe perspectiefverandering.
Wie dat op een mooie manier doet, is de Amerikaanse theoloog John Caputo. Op een unieke manier neemt hij afstand van de klassieke theologie. Maar hij zegt ook dat hij de werken van bijvoorbeeld kerkvader Augustinus leest als romans. Mooi geschreven, goed doordracht, zoals een literair schrijver dat ook kan doen, maar niet per se een beschrijving van de objectieve werkelijkheid.
Op zo’n manier kijk ik ook naar de Bijbel. Dat is volgens mij een theopoëtiek boek, waarin het hogere in allerlei verhalen vorm krijgt. Wanneer wij het bijvoorbeeld hebben over Jezus Christus, is dat een manier waarop wij God tot spreken laten brengen.

Nieuwsbrief

Wilt u op de hoogte blijven van het laatste nieuws? Abonneer u op de

NIEUWSBRIEF

Contact

Vereniging van Vrijzinnige Protestanten
Joseph Haydnlaan 2a
3533 AE Utrecht
06 4986 1664
info@vrijzinnig.nl

Meer contactgegevens >>