De belladonna is een plant van extremen. Haar sappen hebben mogelijke geneeskrachtige werking maar alléén in de juiste concentratie. Neem er iets te veel van en je bent ten dode opgeschreven. Is de vrijzinnigheid een beetje als de belladonna?
Bedreigd
De belladonna – Italiaans voor ‘schone dame’ – staat op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde plantensoorten. Ze is zeer zeldzaam geworden in ons land. Sinds 1950 is het aantal met 50 tot 75 procent afgenomen. Het zijn percentages die vrijzinnigen niet onbekend in de oren klinken. Ook de vrijzinnigheid is sinds halverwege de vorige eeuw met razende snelheid en in duizelingwekkende percentages gekrompen. Toch komt de plant nog altijd in het wild voor, net zoals je hier en daar nog vrijzinnigen in het wild kunt tegenkomen.
Hier en daar wordt het zaad van de belladonna bewust ingeplant, in parken en tuinen. Dat soort bewuste zaaien ligt de vrijzinnige van nature wat minder. Maar misschien ontkomen we er in de toekomst niet aan. En als je er even bij stilstaat: is vrijzinnigheid niet de moeite waard om te blijven rondzaaien – al is het maar om te zien wat er opkomt?
Rijke geschiedenis
Beroemd én berucht, dat is de belladonna al eeuwenlang. Door de geschiedenis heen is zij voor veel en zeer uiteenlopende zaken gebruikt. Zo doopten de oude Romeinen hun pijlpunten in het sap van de plant. Als de punt zelf nog niet dodelijk genoeg was, dan zou de vijand alsnog een vergiftigingsdood sterven. Er zijn ook verhalen dat het in de Middeleeuwen voor levenselixers werd gebruikt. Alchemisten brouwden er drankjes mee die je leven zouden kunnen verlengen of zelfs onsterfelijk zouden kunnen maken. Tenminste: als het goed ging. Maar ik denk niet dat het ooit goed is gegaan.
Wat dat betreft werkt vrijzinnig zijn toch beter, want ik ben vaak verbaasd hoe vitaal veel vrijzinnige ouderen nog zijn, tenminste van geest. Behalve als levenselixer werd de belladonna ook nog ingezet als heksenkruid om heksenzalf van te maken. Die zalf moest je dan aanbrengen op plekken waar de huid dun is, zoals je oksels of je liezen. Dan werden de stofjes uit de plant opgenomen door je huid en ging je hallucineren, bijvoorbeeld dat je kon vliegen. Het zou me niet verbazen als een hoop mystici uit het verleden op een soortgelijke manier aan hun visioenen zijn gekomen.
Al met al is de geschiedenis van de belladonna dus een stuk ouder dan die van de vrijzinnigheid. Pas in de late negentiende eeuw ontstond de vrijzinnigheid zoals we die tegenwoordig kennen. Toch heeft zij wortels die veel verder teruggaan in de tijd. Zolang de mensheid als bestaat, zijn er volgens mij mensen geweest die op een vrije en eigenzinnige manier dachten, deden en geloofden. Met soms alle risico’s van dien, omdat ze door hun omgeving niet werden begrepen en zelfs als gevaarlijk werden gezien. En net zo giftig als de belladonna. Denk bijvoorbeeld maar aan iemand als Socrates of Spinoza.
Verwijding en verslapping
De geschiedenis van de belladonna gaat verder in de Renaissance. Toen kreeg de plant haar bijzondere naam. Tijdens de Renaissance kwam namelijk het gebruik in zwang dat vrouwen het sap van de plant in hun ogen druppelden. Daardoor werden hun pupillen wijder en glanzender. Dat werd als schoonheidsideaal gezien. Vandaar de naam: ‘schone dame’. De vrijzinnige mentaliteit en theologie zou je metaforisch met dit effect kunnen vergelijken. Ik ken heel wat vrijzinnigen die pas later in hun leven vrijzinnigen werden en dat ervoeren als een verwijding van hun blik op het geloof.
In kleine doseringen ontspant de belladonna ook de spieren en opent ze de luchtwegen. Maar in hogere doseringen verlamt ze. Dat klinkt niet eens zo anders dan wat vrijzinnigheid doet. Ook zij ontspant waar het geloof verkrampt raakt, opent waar het denken is dichtgeslibd en haalt de spanning uit wat te strak gespannen staat. Maar een te hoge concentratie ontspanning kan de vrijzinnigheid ook loom en lusteloos maken. Dan zakt de overtuiging in en raakt de bezieling verslapt. We raken dan verdoofd door onze eigen tolerantie en laat-maar-waaien-mentaliteit. Er schuilt iets tragisch in dat mechanisme. Wat ooit bedoeld was om te genezen van benauwdheid, wordt zelf een oorzaak van verstikking. We kunnen als vrijzinnigen zo bang zijn om nog iets stelligs te zeggen dat we vergeten hoe het klinkt om ergens voluit in te geloven. We analyseren tot er niets meer te ervaren valt, nuanceren tot alle contrasten en tinten verdwijnen.
De vrijzinnigheid heeft het gif van de belladonna in zich: ze kan ons genezen van de kramp van het geloof en onze blik verwijden, maar ook verlammen door haar eigen mildheid en tot blindheid leiden.
De kracht van het risico
Toch zou het een vergissing zijn om alleen gevaren te zien. Want zonder het ontspannende gif zou het geloof opnieuw verstijven, zou de zuurstof kunnen verdwijnen uit de ziel. Vrijzinnigheid is de adem die opnieuw ruimte schept, die het hart laat kloppen zonder ritmisch toezicht van bovenaf. Zij leert kijken met verwijding van de pupil, zoals de belladonna dat letterlijk doet. Met de juiste hoeveelheid vrijzinnigheid komt de wereld scherper binnen, intenser, rijker aan nuance.
Ik kan niet anders dan bij deze gedachten denken aan de toekomst van de VVP. Waar gaan we heen? Hoe ziet de toekomst eruit, nu we met uitsterven worden bedreigd? Net als de belladonna kan vrijzinnigheid levensgevaarlijk zijn. Het is risicovol om met twijfel en voorlopigheid in het geloof te staan. Het gebrek aan zekerheden kan tot paniek en verlamming leiden. Vrijzinnig geloven is daarom volgens mij ook niet voor iedereen weggelegd. Een massabeweging zal het nooit worden. Maar vrijzinnigheid, in de juiste dosering, is wél nodig om de maatschappij en het christendom levensvatbaar te houden. Anders verkrampen en vernauwen de samenleving en de geloofsgemeenschappen.
Vrijzinnigheid is een tegengif tegen dogmatisme en verstikkend stelligheid. En dat is tegenwoordig meer dan nodig. Dus laten we als de alchemisten van weleer blijven spelen en experimenteren met de vrijzinnigheid, wie weet vinden we dan ooit het levenselixer voor onze wereld.
Klaas Douwes
Predikant van de Regentessekerk in Apeldoorn en de remonstrantse gemeente Alkmaar

