In het boek ‘Het ene in het vele’ rekent theoloog Jonas Slaats af met vastgeroeste karikaturen van God en vindt hij opvallende overeenkomsten tussen opvattingen uit verschillende religies.
In de eerste hoofdstukken van zijn boek beschrijft Slaats dat God geen bebaarde man op een wolk is. Hij gaat te rade bij een groot aantal denkers en komt tot een conclusie: ‘Wat je ook voor ogen hebt, God is altijd weer net iets meer dan dat.’ Met de 12e-eeuwse denker Anselmus van Canterbury zegt hij: ‘God is datgene waarboven niets groters gedacht kan worden.’
Met die conclusie zou Slaats zijn boek kunnen afronden: over God valt niets zinnigs te zeggen omdat God altijd weer ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Maar er is nog een andere kant van de medaille, zo schrijft hij: ‘Dus ook al is duidelijk dat God alle woorden en concepten overstijgt, tegelijkertijd leeft in ons het spontane gevoel dat het goddelijke ons uiterst nabij is.’ Vanuit dat gegeven zoekt Slaats verder. Hij laat zich daarbij inspireren door joodse, christelijke, islamitische, hindoeïstische en boeddhistische denkers en merkt op dat er ondanks alle verschillen veel overlap is.
Slaats beschrijft dat de klassieke beschrijving van God als vaderlijke herder in de hemel lang niet de enige manier is om vanuit een christelijk perspectief over het Hogere te spreken. Grote theologen schreven al dat God transcendent én immanent is. God is onkenbaar, maar toch bij ons, of zelfs in ons. Dat idee komt ook terug in andere religies. Van hindoeïstische goeroe’s en biddende moslims tot christelijke mystici: allemaal ervaren ze God als een Nabije en vinden ze in zichzelf de onnoembare Bron.
Slaats komt met genoeg citaten om dat te illustreren. Bijvoorbeeld van de 14e eeuwse islamitische dichteres Lalleshwari:
Je zwalpt rond, je lijkt wel geblinddoekt,
Maar wie je zoekt
Is hierbinnen!
Kom dus weer bij zinnen.
Loop niet steeds van hier naar daar.
Open de deur en neem Hem waar!
Slaat wil niet alle religies gelijkstellen, want er zijn wel degelijk grote verschillen. Toch lijken de overeenkomsten soms groter: in ieder geval in het zoeken en beschrijven van God. De christelijke Thomas van Aquino schreef over God: ‘Het Zijn dat in en door zichzelf bestaat’, terwijl de islamitische geleerde Al-Ghazali noteerde: ‘Zoals de zon de bron is van het licht dat alles verlicht, zo is God de bron van het Zijn dat de hele schepping doorschijnt.’ En in het hindoeïstische geschrift Shvetashvatara Upanishad staat: ‘Hij wordt zichtbaar in alles om ons heen, want Hij is de bron van alle vormen.’
Met zijn boek biedt Slaats een grote hoeveelheid inspiratie aan de lezer aan. Vaak verrassend en vernieuwend, maar altijd zeer divers. Zo stijgt God boven de religies uit, terwijl God toch heel nabij blijft.
Jonas Slaats, ‘Het ene in het vele’, uitgeverij Otheo, € 22,99

