De Tweede Kamer heeft onlangs illegaliteit strafbaar gesteld. Karl van Klaveren schrok ervan: zijn wij in ons land dan niet zo tolerant als hij lang had gedacht? En wat een verschil is het met wat hij leest in de Tora en de evangeliën.
We leven in een bizarre politieke werkelijkheid. Door slordigheid van een aantal partijen in de Tweede Kamer is medemenselijkheid nu officieel gecriminaliseerd. De opvang van ongedocumenteerde asielzoekers, zoals in het kerkasiel in Kampen, werd onlangs strafbaar gesteld. En dat nog wel op Keti Koti, de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij. Geert Wilders lacht in zijn vuistje. De linkse oppositie heeft hem onbedoeld een troefkaart in handen gespeeld, die hem in staat stelt te claimen dat hij ‘het strengste asielbeleid ooit’ met een ‘kansloos’ amendement nog wist te verscherpen. Tot imagoschade zal dat niet leiden.
Wat is er met ons land gebeurd? We waren zo trots op onze tolerantie. We maakten er mooie liedjes over. In de jaren negentig studeerde ik in Kampen, waar zwarte Zuid-Afrikaanse predikanten de kans kregen om te promoveren. Met een van hen liep ik ooit door de supermarkt. Hij was nog maar net in Nederland. Toen we buiten kwamen was hij ontzet. Ik vroeg hem waarom. Hij zei dat de manier waarop hij was benaderd hem, ondanks alle vriendelijkheid, deed denken aan de wijze waarop hij werd behandeld in Zuid-Afrika. Dat had hij niet verwacht. Ik stond perplex. Hoe kon hij Nederland vergelijken met Zuid-Afrika?
Ik heb vaak aan dat moment teruggedacht, omdat ons land jaren later inderdaad minder tolerant bleek dan we dachten. Hij had dat toen al aangevoeld. Volgens de primatoloog Frans de Waal zijn mensen van nature afkerig van vreemdelingen. Dat mag zo zijn. Maar juist daarom is het goed dat Tora en Evangelie en ook andere religieuze geschriften ons boven de natuur uit tillen en leren dat ook de vreemdeling een mens is – ja, een broer, een zus. Meer en meer ga ik inzien hoe revolutionair die oude religieuze gedachte is. Dat God ‘vader’ wordt genoemd betekent dat de wereld familie is. En dat heeft consequenties. “Behandel de vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte” (Leviticus 19). Wij zijn misschien geen vreemdelingen geweest, maar we zijn wel begiftigd met inlevingsvermogen. Ook dat is een antropologisch feit. Laten we die gave koesteren en gebruiken als we een oordeel vellen over anderen. Anders gaan primitieve reflexen ons regeren en zal de humane wereld die we samen hebben opgebouwd, stukje bij beetje wegzakken in het moeras van onze instincten.
Karl van Klaveren
Voorganger van de Houtrustkerk in Den Haag en de Adventskerk in Zoetermeer

